Occupy Academie > Schrijfsels

UPDATE ESM VERDRAG

(1/2) > >>

protius:
Brief Of noties betreffende het ESM - verdrag d.d. 13 mei 2012


( Het dient vermeld te worden dat deze brief beter leesbaar wanneer deze gedownload via  http://www.2shared.com , aan gezien ik niet goed de opmaak kan kopiëren naar dit veld )

Geachte heer Samson,

Op dinsdag 22 mei 2012 tussen 17:00 en 18:30 zal er in de Tweede Kamer zeer waarschijnlijk gestemd worden over het ratificeren van het Europees Stabiliteits mechanisme verdrag. Ik ben, tezamen met veel andere Nederlanders die op de hoogte zijn van de inhoud van dit verdrag, uiterst bezorgd over de implicaties die ratificatie met zich zal meebrengen. Mijn mening is dat het ESM - verdrag een zware, mogelijk zelfs onherstelbare klap, toebrengt aan de Nederlandse ( financiële ) soevereiniteit, democratie en rechtstaat. Als het ESM - verdrag wordt aangenomen, ontstaat er een onafhankelijke instelling met zeer vergaande bevoegdheden; zonder aan ook maar iemand verantwoording schuldig te zijn, zoals beschreven in Artikel 32 en 35 :

ARTIKEL 32

Rechts positie, voor rechten en immuniteiten

1. Ten einde het ESM in staat te stellen zijn doel te verwezenlijken, worden aan het ESM op het grondgebied van elk ESM - lid de rechtspositie en de voorrechten en immuniteiten, als vermeld in dit artikel, toegekend. Het ESM tracht erkenning van zijn rechtspositie en van zijn voorrechten en immuniteiten te verkrijgen op andere grondgebieden waar het functies vervult of activa bezit.
2. Het ESM bezit volledige rechtspersoonlijkheid; het heeft volledige handelingsbevoegdheid om :

A ) roerende en onroerende goederen te verkrijgen of te vervreemden;

B ) overeenkomsten te sluiten;

C ) in rechte op te treden; en

D ) elke overeenkomst en / of alle protocollen betreffende de hoofdzetel te sluiten die nodig zijn om ervoor te zorgen dat zijn rechtspositie en zijn voorrechten en immuniteiten worden erkend en dat daaraan gevolg wordt gegeven.

3. Het ESM, zijn eigendommen, fondsen en bezittingen, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook onder zich heeft, zijn vrijgesteld van rechts vervolging, behoudens voor zover het ESM uitdrukkelijk afstand doet van zijn immuniteit ten behoeve van een procedure of volgens de bepalingen van een overeenkomst, met inbegrip van de documentatie van de financiering s instrumenten.

4. De eigendommen, fondsen en bezittingen van het ESM, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook onder zich heeft, zijn vrijgesteld van onderzoek, vordering, verbeurd verklaring, onteigening of andere vormen van beslag op grond van een maatregel van bestuurlijke, gerechtelijke, bestuursrechtelijke of wetgevende aard.

5. Het archief van het ESM en alle documenten die aan het ESM toebehoren of die het onder zich heeft, zijn onschendbaar.

6. De terreinen van het ESM zijn onschendbaar.

ARTIKEL 35

Immuniteiten van personen

1. In het belang van het ESM genieten de voorzitter van de Raad van gouverneurs, gouverneurs, plaats vervangend gouverneurs, bewindvoerders, plaats vervangend bewindvoerders, als mede de directeur en andere personeels leden immuniteit van rechts vervolging voor wat zij in Hun officiële hoedanigheid hebben gedaan en genieten zij onschendbaarheid wat Hun officiële papieren en documenten betreft. T/ESM 2012/nl 49.

2. Met betrekking tot de voorzitter van de Raad van gouverneurs, de gouverneurs, de plaatsvervangend gouverneurs, de bewindvoerders, de plaatsvervangend bewindvoerders of de directeur, kan de Raad van gouverneurs, in de mate en onder de voorwaarden die hij bepaalt, afstand doen van de bij dit artikel verleende immuniteiten. ”

Het dient opgemerkt te worden dat het ESM - verdrag niet spreekt over de stem van het parlement; maar van de gouverneurs, als per Artikel 5, lid 1:

ARTIKEL 5

Raad van gouverneurs

1. Elk ESM-lid benoemt een gouverneur en een plaats vervangend gouverneur. Deze benoemingen zijn te Allen tijde herroepbaar. De gouverneur is een lid van de regering van dit ESM - lid en draagt verantwoordelijkheid voor financiën. De plaatsvervangend gouverneur is volledig bevoegd om namens de gouverneur op te treden wanneer deze niet aanwezig is. ”De gouverneur is dus de minister van Financiën, terwijl er geen eisen worden gesteld aan de plaatsvervangend gouverneur. Nationale parlementen worden voor een groot deel buitenspel gezet; alleen de ministers van Financiën hebben inspraak. Als de Tweede Kamer het oneens is met een besluit van onze minister van Financiën, is de hoogst mogelijk sanctie een aangenomen motie van wantrouwen. Dit is echter mosterd na de maaltijd, omdat dit het handelen van de minister niet ongedaan maakt. De minister kan de Nederlandse belangen verkwanselen, zonder dat hij hiervoor wettelijk vervolgd mag worden; hij geniet immers immuniteit ten opzichte van zowel nationaal als international recht dankzij
Artikel 35 van het ESM-verdrag.

Uiteraard kan deze immuniteit opgeheven worden door een gekwalificeerde meerderheid van de Raad van Gouverneurs, maar dit is nauwelijks een geruststelling; het is vergelijkbaar met de slager die zijn eigen vlees keurt. Sterker nog, als een minister van Financiën dusdanig optreedt dat hij zijn eigen land schade berokkent, zal dit meestal juist ten voordele zijn van andere landen. Het dualisme in de politiek wordt hiermee ernstig onder druk gezet, omdat het parlement niet in staat is om voldoende controle te kunnen uitoefenen; ook wanneer de minister welwillend zou zijn. Hij heeft namelijk te maken met het beroepsgeheim, wat nader is omschreven in Artikel 34 :


ARTIKEL 34

Beroep s geheim

De leden of voormalige leden van de Raad van gouverneurs en van de Raad van bewind en alle andere personen die werkzaamheden voor of in verband met het ESM verrichten of hebben verricht, zijn gehouden inlichtingen die naar hun aard onder de geheimhoudingsplicht vallen, niet openbaar te maken. Ook na beëindiging van hun taken mogen zij geen onder het beroepsgeheim vallende inlichtingen openbaar maken.

Het is volstrekt onduidelijk wat er precies bedoeld wordt met ”gehouden inlichtingen die naar hun aard onder de geheimhoudingsplicht vallen”, omdat dit niet verder gedefinieerd wordt. Het bovengenoemde artikel is zeer rekbaar en kan leiden tot willekeur.
Hoewel er in theorie unanimiteit nodig is voor het verstrekken van geld, is het toegestaan dit, onder het mom van spoed, terzijde te schuiven; zolang er een ”gekwalificeerde meerderheid van 85% van de uitgebrachte stemmen” is. Ik verwijs naar Artikel 4, lid 4 en Artikel 5, lid 6, onder f) en g).

ARTIKEL 4

Structuren en stem procedure

4. In afwijking van lid 3 wordt gebruik gemaakt van een spoed stem procedure indien de Commissie en de ECB beide concluderen dat als niet dringend een besluit tot verlening of ten uit- voerlegging van financiële bijstand, zoals gedefinieerd in de artikelen 13 tot en met 18, wordt vastgesteld, zulks de economische en financiële duurzaamheid van de eurozone in gevaar kan brengen. Voor de aanneming van een besluit in onderlinge overeenstemming door de Raad van gouverneurs als bedoeld in artikel 5, lid 6, onder f) en g), en de Raad van bewind volgens die spoedprocedure is een gekwalificeerde meerderheid van 85% van de uitgebrachte stemmen vereist.

ARTIKEL 5

Raad van gouverneurs

F ) om stabiliteitssteun door het ESM te verstrekken, met inbegrip van de voorwaarden inzake economisch beleid zoals vastgelegd in het in artikel 13, lid 3, bedoelde memorandum van overeenstemming, en om de keuze van instrumenten en de financiële en andere voorwaarden vast te stellen overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 18;

G ) om aan de Europese Commissie mandaat te verlenen om, in overleg met de ECB, te onder-handelen over de aan elke financiële bijstand verbonden economische beleidsvoorwaarden overeenkomstig artikel 13, lid 3;

Nederland heeft slechts 5,7% van deze stemmen. Minister de Jager geeft overigens een verkeerde voorstelling van zaken omtrent het feitelijke vetorecht in zijn brief van 23 november gericht aan de Tweede Kamer. Het is niet zozeer dat de lidstaat dit recht heeft, maar de minister van Financiën in zijn hoedanigheid als gouverneur; òf zijn plaats vervanger.Het is relevant om te melden dat de Europese Commissie niet bepaald bekend staat om zijn economische expertise. Ik kan verwijzen naar de oorspronkelijke versie van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid, waarbij kennelijk de wet van vraag en aanbod werd gezien als volstrekt niet van toepassing zijnde. De Europese Commissie heeft onlangs een EU -begroting voorgesteld die gepaard gaat met een stijging van 6,8%, terwijl meerdere EU landen juist flink moeten bezuinigen; nota bene op aandringen van de Europese Commissie zelf. Het is bizar dat hoewel de Europese Commissie de norm van een begrotingstekort van maximaal 3% wil blijven handhaven, zij nauwelijks interesse toont voor een degelijke controle op de rechtmatigheid van de bestedingen van het EU budget. De Europese Rekenkamer kan al 17 jaar op rij niet de rechtmatigheid van de besteding van het EU budget positief beoordelen. Dit zou toch al een slecht voorteken moeten zijn ?
Bovendien dient het opgemerkt te worden dat het stem recht niet altijd uit geoefend kan worden, overeenkomstig met Artikel 4, lid 8 :

ARTIKEL 4

Structuren en stem procedure

8. Ingeval een ESM - lid verzuimt een deel van het bedrag te betalen dat het verschuldigd is uit hoofde van de krachtens de artikelen 8, 9 en 10 op hem rustende verplichtingen in verband met volgestorte aandelen of opvragingen van kapitaal, dan wel uit hoofde van de krachtens de artikelen 16 of 17 op hem rustende verplichtingen in verband met de terugbetaling van de financiële bijstand, is het betrokken ESM - lid, zolang dat verzuim voortduurt, niet gerechtigd zijn stemrechten uit te oefenen. De stemmingsdrempels worden dien overeenkomstig her berekend.Zodra hier sprake van is, is een land volledig overgeleverd aan de wil van het ESM. Het verlies van het stemrecht en het niet nakomen van de verplichtingen doet niets af aan de geldigheid van verdere besluiten van de Raad van Gouverneurs; waardoor een land uiteindelijk een speelbal van het ESM dreigt te worden en bovendien het risico loopt om voor het internationale gerecht te worden gesleept.De publieke controle op het ESM is slecht geregeld. De Algemene Rekenkamer heeft zijn zorgen hierover geuit in een brief aan de Tweede Kamer, gedateerd 27 februari 2012. Ik zal de hoofdpunten hier nogmaals citeren :

“Het is onduidelijk of de Board of Auditors elk gewenst soort onderzoek op het terrein van rechtmatigheid, naleving, doeltreffendheid en risico management kan uitvoeren;

De rapportage mogelijkheden van de Board of Auditors zijn beperkt tot een jaarverslag, dat slechts via de Board of Governors, dat wil zeggen de ministers van Financiën van de eurolanden, openbaar gemaakt kan worden. Tussentijds kan alleen worden gerapporteerd aan de Board of Directors, niet openbaar;

In tegenstelling tot de interne audit van het ESM wordt voor het werk van de Board of Auditors niet aangegeven dat deze aan internationale controlestandaarden dient te voldoen.”

Deze kritiek vul ik nog graag aan met het gegeven dat vijf leden van de Board of Auditors worden benoemd door de Raad van Gouverneurs:

ARTIKEL 30

Audit comité

1. Het audit comité bestaat uit vijf leden die door de Raad van gouverneurs zijn benoemd voor hun competentie in financiële en audit zaken en omvat twee leden van de hoge controle-instanties van de ESM - leden – volgens een toer beurt systeem tussen deze instanties – en één lid van de Europese Rekenkamer.

Hierdoor kan, in mijn optiek, het audit comité per definitie niet volledig onafhankelijk zijn wanneer het een meerderheid van zijn controleurs zelf aanstelt. Tevens verwijs ik weer naar Artikel 34, het beroep s geheim. Hier is even eens van toepassing op het voltallige audit comités zo als blijkt uit de volgende zin snede: ”…en alle andere personen die werkzaamheden voor of in verband met het ESM verrichten of hebben verricht ”. Dit is ook niet bepaald bevorderlijk voor de publieke controle, vooral omdat het ESM instituut niet verplicht kan worden zijn eigen regels na te leven. De zo genaamde controle die het audit comité mag uit oefenen lijkt hier mee een wassen neus.
Minister de Jager meld in zijn brief van 24 april 2012 over de publieke controle op het ESM, dat :

”Omdat de onderhandelingen over de by-laws nog niet zijn afgerond en de vaststelling ervan pas na de inwerkingtreding van het ESM-verdrag door de Raad van Gouverneurs kan worden afgerond, kan ik u in dit stadium mededelen wat de stand van zaken is van hetgeen op ambtelijk niveau is overeengekomen, alsmede in hoeverre dit in lijn is met de inzet van Nederland.”
Ik vind dit nogal merkwaardig. Kennelijk vindt Minister de Jager het een normale gang van zaken dat een verdrag geratificeerd wordt, terwijl er nog een wets wijziging / aanvulling moet plaats vinden die de legitimiteit van het verdrag zou verbeteren. Dit is overigens onderdeel van het verdrag zelf :

ARTIKEL 30

Auditcomité

6. Alle aangelegenheden in verband met dit artikel worden nader gepreciseerd in de organisatie - voorschriften van het ESM.
Minister de Jager kan wel spreken over de inzet van Nederland, maar hij kan niets garanderen. Hierbij verwijs ik naar zijn brief van 23 november 2011, waarin hij tracht een genuanceerd beeld te schetsen omtrent Artikel 35 :

”De voorrechten en immuniteiten die gelden voor het ESM en voor de personen die daarvoor werkzaam zijn, zijn in lijn met de praktijk voor internationale organisaties, waarbij de democratische controle is gewaarborgd. ”
En verder :

”Ik wil ten slotte graag benadrukken dat de immuniteiten en voorrechten wel degelijk invloed hebben op de verantwoording die een vertegenwoordiger van een land in de Raad van gouverneurs, als lid van de regering, moet afleggen aan zijn parlement.”
Ik verwijs naar de eerdergenoemde kritiek in mijn brief op deze ”gewaarborgde democratische controle”. Ook hebben de immuniteiten en voorrechten wel degelijk invloed op de verantwoording die een vertegenwoordiger moet afleggen aan zijn parlement, zoals ik al eerder heb betoogd. Het zou dus niet de eerste keer zijn dat Minister de Jager niet in staat blijkt om de tekortkomingen in het verdrag te erkennen. Wij moeten er kennelijk op vertrouwen dat het goed komt. Niet dat de controle daadwerkelijk enigszins uitmaakt, aangezien al het personeel van het ESM boven zo wel nationale als internationale wetgeving staat, indien zij enkel handelen in het kader van hun functie. Zo lang dit het geval is, mag het ESM doen wat ze wil en zal hierbij niet noemenswaardig worden gehinderd door enige vorm van ”controle”.

Verder meen ik dat het goedkeuren van het ESM-verdrag een schending van Art.90 van de grondwet is :

”De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.”

Het ESM-verdrag is juist een teruggang op dit gebied. Er kan geen sprake zijn van ”ontwikkeling”, als een instituut dat de macht heeft om landelijke economieën te beschadigen, buiten de rechtsorde valt. Tevens is het interessant om op te merken dat het goedkeuren van het verdrag ook een schending is van Art. 93 van het Wetboek van Strafrecht :

”De aanslag ondernomen met het oogmerk om het Rijk geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen of om een deel daarvan af te scheiden, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.”

Ik ben van mening dat hiervan sprake is, omdat onze financiën voor een deel inderdaad onder vreemde heerschappij gaan vallen; namelijk het ESM, waarvan Nederland slechts 5,7% ”eigenaar” is.Het lijkt mij dat er geen electorale winst valt te behalen om voor te stemmen. Het is aannemelijk dat Partij van de Arbeid stemmers die het on eens zijn met het ESM - verdrag, zullen overstappen op de Socialistisch Partij. Mijn indruk is dat er onder de Nederlandse bevolking meer tegenstanders dan voorstanders zijn; en dat het voor de voorstanders, in het algemeen, een minder hekel punt is. U kunt de kiezer laten zien dat er wel degelijk een middenweg is betreffende de Europese Unie; in plaats van alleen maar ”ja” of ”nee”.Volgens het verdrag, zullen de lidstaten samen 80 miljard in het ESM stoppen. De Nederlands bijdrage hier aan is ongeveer 4,6 miljard. Zo maakt het ESM- verdrag het juist nog mogelijker om aan de, voor u ongewilde, 3% begroting s tekort norm te voldoen en zal Nederland gedwongen worden extra te bezuinigen vanwege onze deelname. Echter, hier blijft het niet bij. Ingeval er sprake zijn van verliezen voor het ESM, is er slechts een meerderheid van 51% nodig om de totale waarde van de volgestorte aandelen weer te herstellen naar de 80 miljard.Uit het ESM - verdrag treden is nauwelijks een optie, want is het aannemelijk dat wij dan het gestorte geld nooit meer terugkrijgen, vervolgens verplicht zijn de euro op te geven en ten slotte lijdend voorwerp worden van een rechtszaak aangespannen door het ESM instituut.

Het grootste gevaar is overduidelijk de resterende 620 miljard, waarvan het Nederlandse deel maar liefst 35,4 miljard bedraagt. Natuurlijk, de Nederlandse minister van Financiën behoudt zijn vetorecht als het gaat om ”opvragingen van kapitaal overeenkomstig artikel 9, lid 1”, en ook om ”het maatschappelijk kapitaal te wijzigen en het maximale leningvolume van het ESM aan te passen overeenkomstig artikel 10, lid 1”; er is geen mogelijkheid tot een spoedprocedure in beide gevallen.

Dit neemt echter niet weg dat, zoals eerder vermeld in deze brief, het vetorecht verloren kan gaan als wij niet aan onze verplichtingen voldoen. Ook ben ik benieuwd of u bereid bent om elke minister van Financiën vrijwel blind te vertrouwen, ongeacht zijn partij en het kabinet waar hij deel van uitmaakt; voor zolang het ESM- verdrag in stand blijft. Juist als leider van een partij die Nederland niet ”kapot wil bezuinigen”, zou u beducht moeten zijn voor het ESM. Parlementaire goedkeuring van het ESM - verdrag zal onvermijdelijk leiden tot meer bezuinigen en lasten verzwaringen; waarop u slechts invloed kan uit oefenen wanneer uw partij deel uitmaakt van de regering. Als uw partij het ESM- verdrag ratificeert, bent u in feite mede verantwoordelijk voor de bijkomende extra bezuinigen en lasten verzwaringen; ongeacht de invulling hier van.

Om mijn brief kort samen te vatten, vind ik dus dat het ESM-verdrag niet geratificeerd moet worden vanwege de volgende hoofd redenen :

1: Het ondermijnt de Nederlands democratie, soevereiniteit en rechtstaat.

2: Het ESM heeft volledige rechtspersoonlijkheid, wat het onder andere de mogelijkheid geeft om rechtszaken te beginnen; terwijl het ESM zelf niets te vrezen heeft van zowel de nationale als internationale rechtsorde.

3: Er is sprake van onvoldoende transparantie en een ernstig hiaat betreffende de controle op het ESM instituut.

4: Het wordt onvoldoende gewaarborgd dat de uitgaven van het ESM zorgvuldig worden besteed.

5: Het geeft teveel macht aan één persoon in de Nederlands regering; namelijk de minister van Financiën.

6: ESM deelname zal onvermijdelijk leiden tot meer bezuinigen en lasten verzwaringen voor Nederland.

7: Het verdrag eenzijdig opzeggen is nauwelijks een optie wanneer het verdrag eenmaal in werking is getreden; dit zou namelijk zeer waarschijnlijk gepaard gaan met het verliezen van het door ons al gestorte geld, het gedwongen verlaten van de euro- zone en dat de Nederlandse staat wordt aangeklaagd door de ESM organisatie.

Hoe wel ik vurig hoop dat uw partij het verdrag zal afwijzen, zou het uw partij al sieren wanneer zij een referendum steunen; zodat het Nederlandse volk in de gelegenheid wordt gesteld om zijn mening over deze belangrijke beslissing te geven.

Hoogachtend,

J.L.E. Meijs
By: Hans Meijs

http://www.2shared.com

http://community.argusoog.org/open-brief-betreffende-het-esm-verdrag-d-d-13-mei-2012/

protius:
http://www.youtube.com/watch?v=VheZj3em6T4#ws]#Anon #Newz Anonymous Message Ireland Fiscal Compact Treaty VOTE NO.!!!


Full text: Fiscal Compact Treaty

TREATY ON STABILITY, COORDINATION AND GOVERNANCE IN THE ECONOMIC AND MONETARY UNION BETWEEN THE KINGDOM OF BELGIUM, THE REPUBLIC OF BULGARIA, THE KINGDOM OF DENMARK, THE FEDERAL REPUBLIC OF GERMANY, THE REPUBLIC OF ESTONIA, IRELAND, THE HELLENIC REPUBLIC, THE KINGDOM OF SPAIN, THE FRENCH REPUBLIC, THE ITALIAN REPUBLIC, THE REPUBLIC OF CYPRUS, THE REPUBLIC OF LATVIA, THE REPUBLIC OF LITHUANIA, THE GRAND DUCHY OF LUXEMBOURG, HUNGARY, MALTA, THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS, THE REPUBLIC OF AUSTRIA, THE REPUBLIC OF POLAND, THE PORTUGUESE REPUBLIC, ROMANIA, THE REPUBLIC OF SLOVENIA, THE SLOVAK REPUBLIC, THE REPUBLIC OF FINLAND AND THE KINGDOM OF SWEDEN

T/SCG/en 1

THE KINGDOM OF BELGIUM, THE REPUBLIC OF BULGARIA, THE KINGDOM OF DENMARK, THE FEDERAL REPUBLIC OF GERMANY, THE REPUBLIC OF ESTONIA, IRELAND, THE HELLENIC REPUBLIC, THE KINGDOM OF SPAIN, THE FRENCH REPUBLIC, THE ITALIAN REPUBLIC, THE REPUBLIC OF CYPRUS, THE REPUBLIC OF LATVIA, THE REPUBLIC OF LITHUANIA, THE GRAND DUCHY OF LUXEMBOURG, HUNGARY, MALTA, THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS, THE REPUBLIC OF AUSTRIA, THE REPUBLIC OF POLAND, THE PORTUGUESE REPUBLIC, ROMANIA, THE REPUBLIC OF SLOVENIA, THE SLOVAK REPUBLIC, THE REPUBLIC OF FINLAND AND THE KINGDOM OF SWEDEN,

hereinafter referred to as “the Contracting Parties”;

CONSCIOUS of their obligation, as Member States of the European Union, to regard their economic policies as a matter of common concern;
DESIRING to promote conditions for stronger economic growth in the European Union and, to that end, to develop ever-closer coordination of economic policies within the euro area;

BEARING IN MIND that the need for governments to maintain sound and sustainable public finances and to prevent a general government deficit becoming excessive is of essential importance to safeguard the stability of the euro area as a whole, and accordingly, requires the introduction of specific rules, including a “balanced budget rule” and an automatic mechanism to take corrective action;

T/SCG/en 2

CONSCIOUS of the need to ensure that their general government deficit does not exceed 3 % of their gross domestic product at market prices and that their general government debt does not exceed, or is sufficiently declining towards, 60 % of their gross domestic product at market prices;

RECALLING that the Contracting Parties, as Member States of the European Union, are to refrain from any measure which could jeopardise the attainment of the Union’s objectives in the framework of the economic union, particularly the practice of accumulating debt outside the general government accounts;

BEARING IN MIND that the Heads of State or Government of the euro area Member States agreed on 9 December 2011 on a reinforced architecture for economic and monetary union, building upon the Treaties on which the European Union is founded and facilitating the implementation of measures taken on the basis of Articles 121, 126 and 136 of the Treaty on the Functioning of the European Union;
BEARING IN MIND that the objective of the Heads of State or Government of the euro area Member States and of other Member States of the European Union is to incorporate the provisions of this Treaty as soon as possible into the Treaties on which the European Union is founded;

T/SCG/en 3

WELCOMING the legislative proposals made by the European Commission for the euro area, within the framework of the Treaties on which the European Union is founded, on 23 November 2011, on the strengthening of economic and budgetary surveillance of Member States experiencing or threatened with serious difficulties with respect to their financial stability, and on common provisions for monitoring and assessing draft budgetary plans and ensuring the correction of excessive deficit of the Member States, and TAKING NOTE of the European Commission’s intention to present further legislative proposals for the euro area concerning, in particular, ex ante reporting of debt issuance plans, economic partnership programmes detailing structural reforms for Member States under an excessive deficit procedure as well as the coordination of major economic policy reform plans of Member States;
EXPRESSING their readiness to support proposals which the European Commission might present to further strengthen the Stability and Growth Pact by introducing, for Member States whose currency is the euro, a new range for medium-term objectives in line with the limits established in this Treaty;

TAKING NOTE that, when reviewing and monitoring the budgetary commitments under this Treaty, the European Commission will act within the framework of its powers, as provided by the Treaty on the Functioning of the European Union, in particular Articles 121, 126 and 136 thereof;

T/SCG/en 4

NOTING in particular that, in respect of the application of the “balanced budget rule” set out in Article 3 of this Treaty, that monitoring will be carried out through the setting up, for each Contracting Party, of country-specific medium-term objectives and of calendars of convergence, as appropriate;

NOTING that the medium-term objectives should be updated regularly on the basis of a commonly agreed method, the main parameters of which are also to be reviewed regularly, reflecting appropriately the risks of explicit and implicit liabilities for public finance, as embodied in the aims of the Stability and Growth Pact;

NOTING that sufficient progress towards the medium-term objectives should be evaluated on the basis of an overall assessment with the structural balance as a reference, including an analysis of expenditure net of discretionary revenue measures, in line with the provisions specified under European Union law, in particular Council Regulation (EC) No 1466/97 of 7 July 1997 on the strengthening of the surveillance of budgetary positions and the surveillance and coordination of economic policies, as amended by Regulation (EU) No 1175/2011 of the European Parliament and of the Council of 16 November 2011 (“the revised Stability and Growth Pact”);
NOTING that the correction mechanism to be introduced by the Contracting Parties should aim at correcting deviations from the medium-term objective or the adjustment path, including their cumulated impact on government debt dynamics;

T/SCG/en 5

NOTING that compliance with the Contracting Parties’ obligation to transpose the “balanced budget rule” into their national legal systems, through binding, permanent and preferably constitutional provisions, should be subject to the jurisdiction of the Court of Justice of the European Union, in accordance with Article 273 of the Treaty on the Functioning of the European Union;

RECALLING that Article 260 of the Treaty on the Functioning of the European Union empowers the Court of Justice of the European Union to impose a lump sum or penalty payment on a Member State of the European Union which has failed to comply with one of its judgments and RECALLING that the European Commission has established criteria for determining the lump sum or penalty payment to be imposed in the framework of that Article;

RECALLING the need to facilitate the adoption of measures under the excessive deficit procedure of the European Union in respect of Member States whose currency is the euro and whose planned or actual ratio of general government deficit to gross domestic product exceeds 3 %, whilst strongly reinforcing the objective of that procedure, namely to encourage and, if necessary, compel a Member State to reduce a deficit which might be identified;

RECALLING the obligation for those Contracting Parties whose general government debt exceeds the 60 % reference value to reduce it at an average rate of one twentieth per year as a benchmark;

T/SCG/en 6

BEARING IN MIND the need to respect, in the implementation of this Treaty, the specific role of the social partners, as it is recognised in the laws or national systems of each of the Contracting Parties;

STRESSING that no provision of this Treaty is to be interpreted as altering in any way the economic policy conditions under which financial assistance has been granted to a Contracting Party in a stabilisation programme involving the European Union, its Member States or the International Monetary Fund;

NOTING that the proper functioning of the economic and monetary union requires the Contracting Parties to work jointly towards an economic policy where, whilst building upon the mechanisms of economic policy coordination, as defined in the Treaties on which the European Union is founded, they take the necessary actions and measures in all the areas which are essential to the proper functioning of the euro area;

NOTING, in particular, the wish of the Contracting Parties to make a more active use of enhanced cooperation, as provided for in Article 20 of the Treaty on European Union and Articles 326 to 334 of the Treaty on the Functioning of the European Union, without undermining the internal market, and their wish to have full recourse to measures specific to the Member States whose currency is the euro pursuant to Article 136 of the Treaty on the Functioning of the European Union, and to a procedure for the ex ante discussion and coordination among the Contracting Parties whose currency is the euro of all major economic policy reforms planned by them, with a view to benchmarking best practices;

T/SCG/en 7

RECALLING the agreement of the Heads of State or Government of the euro area Member States, of 26 October 2011, to improve the governance of the euro area, including the holding of at least two Euro Summit meetings per year, to be convened, unless justified by exceptional circumstances, immediately after meetings of the European Council or meetings with the participation of all Contracting Parties having ratified this Treaty;

RECALLING also the endorsement by the Heads of State or Government of the euro area Member States and of other Member States of the European Union, on 25 March 2011, of the Euro Plus Pact, which identifies the issues that are essential to fostering competitiveness in the euro area;

STRESSING the importance of the Treaty establishing the European Stability Mechanism as an element of the global strategy to strengthen the economic and monetary union and POINTING OUT that the granting of financial assistance in the framework of new programmes under the European Stability Mechanism will be conditional, as of 1 March 2013, on the ratification of this Treaty by the Contracting Party concerned and, as soon as the transposition period referred to in Article 3(2) of this Treaty has expired, on compliance with the requirements of that Article;

T/SCG/en 8

NOTING that the Kingdom of Belgium, the Federal Republic of Germany, the Republic of Estonia, Ireland, the Hellenic Republic, the Kingdom of Spain, the French Republic, the Italian Republic, the Republic of Cyprus, the Grand Duchy of Luxembourg, Malta, the Kingdom of the Netherlands, the Republic of Austria, the Portuguese Republic, the Republic of Slovenia, the Slovak Republic and the Republic of Finland are Contracting Parties whose currency is the euro and that, as such, they will be bound by this Treaty from the first day of the month following the deposit of their instrument of ratification if the Treaty is in force at that date;

NOTING ALSO that the Republic of Bulgaria, the Kingdom of Denmark, the Republic of Latvia, the Republic of Lithuania, Hungary, the Republic of Poland, Romania and the Kingdom of Sweden are Contracting Parties which, as Member States of the European Union, have, at the date of signature of this Treaty, a derogation or an exemption from participation in the single currency and may be bound, as long as such derogation or exemption is not abrogated, only by those provisions of Titles III and IV of this Treaty by which they declare, on depositing their instrument of ratification or at a later date, that they intend to be bound;

HAVE AGREED UPON THE FOLLOWING PROVISIONS:

T/SCG/en 9

TITLE I

PURPOSE AND SCOPE

ARTICLE 1

1. By this Treaty, the Contracting Parties agree, as Member States of the European Union, to strengthen the economic pillar of the economic and monetary union by adopting a set of rules intended to foster budgetary discipline through a fiscal compact, to strengthen the coordination of their economic policies and to improve the governance of the euro area, thereby supporting the achievement of the European Union’s objectives for sustainable growth, employment, competitiveness and social cohesion.
2. This Treaty shall apply in full to the Contracting Parties whose currency is the euro. It shall also apply to the other Contracting Parties to the extent and under the conditions set out in Article 14.

T/SCG/en 10

TITLE II

CONSISTENCY AND RELATIONSHIP WITH THE LAW OF THE UNION

ARTICLE 2

1. This Treaty shall be applied and interpreted by the Contracting Parties in conformity with the Treaties on which the European Union is founded, in particular Article 4(3) of the Treaty on European Union, and with European Union law, including procedural law whenever the adoption of secondary legislation is required.

2. This Treaty shall apply insofar as it is compatible with the Treaties on which the European Union is founded and with European Union law. It shall not encroach upon the competence of the Union to act in the area of the economic union.

T/SCG/en 11

TITLE III

FISCAL COMPACT

ARTICLE 3

1. The Contracting Parties shall apply the rules set out in this paragraph in addition and without prejudice to their obligations under European Union law:

(a) the budgetary position of the general government of a Contracting Party shall be balanced or in surplus;

(b) the rule under point (a) shall be deemed to be respected if the annual structural balance of the general government is at its country-specific medium-term objective, as defined in the revised Stability and Growth Pact, with a lower limit of a structural deficit of 0,5 % of the gross domestic product at market prices. The Contracting Parties shall ensure rapid convergence towards their respective medium-term objective. The time-frame for such convergence will be proposed by the European Commission taking into consideration country-specific sustainability risks. Progress towards, and respect of, the medium-term objective shall be evaluated on the basis of an overall assessment with the structural balance as a reference, including an analysis of expenditure net of discretionary revenue measures, in line with the revised Stability and Growth Pact;

T/SCG/en 12

(c) the Contracting Parties may temporarily deviate from their respective medium-term objective or the adjustment path towards it only in exceptional circumstances, as defined in point (b) of paragraph 3;

(d) where the ratio of the general government debt to gross domestic product at market prices is significantly below 60 % and where risks in terms of long-term sustainability of public finances are low, the lower limit of the medium-term objective specified under point (b) can reach a structural deficit of at most 1,0 % of the gross domestic product at market prices;

(e) in the event of significant observed deviations from the medium-term objective or the adjustment path towards it, a correction mechanism shall be triggered automatically. The mechanism shall include the obligation of the Contracting Party concerned to implement measures to correct the deviations over a defined period of time.

2. The rules set out in paragraph 1 shall take effect in the national law of the Contracting Parties at the latest one year after the entry into force of this Treaty through provisions of binding force and permanent character, preferably constitutional, or otherwise guaranteed to be fully respected and adhered to throughout the national budgetary processes. The Contracting Parties shall put in place at national level the correction mechanism referred to in paragraph 1(e) on the basis of common principles to be proposed by the European Commission, concerning in particular the nature, size and time-frame of the corrective action to be undertaken, also in the case of exceptional circumstances, and the role and independence of the institutions responsible at national level for monitoring compliance with the rules set out in paragraph 1. Such correction mechanism shall fully respect the prerogatives of national Parliaments.

T/SCG/en 13

3. For the purposes of this Article, the definitions set out in Article 2 of the Protocol (No 12) on the excessive deficit procedure, annexed to the European Union Treaties, shall apply.

The following definitions shall also apply for the purposes of this Article:

(a) “annual structural balance of the general government” refers to the annual cyclically-adjusted balance net of one-off and temporary measures;

(b) “exceptional circumstances” refers to the case of an unusual event outside the control of the Contracting Party concerned which has a major impact on the financial position of the general government or to periods of severe economic downturn as set out in the revised Stability and Growth Pact, provided that the temporary deviation of the Contracting Party concerned does not endanger fiscal sustainability
 in the medium-term.

T/SCG/en 14

ARTICLE 4

When the ratio of a Contracting Party’s general government debt to gross domestic product exceeds the 60 % reference value referred to in Article 1 of the Protocol (No 12) on the excessive deficit procedure, annexed to the European Union Treaties, that Contracting Party shall reduce it at an average rate of one twentieth per year as a benchmark, as provided for in Article 2 of Council Regulation (EC) No 1467/97 of 7 July 1997 on speeding up and clarifying the implementation of the excessive deficit procedure, as amended by Council Regulation (EU) No 1177/2011 of 8 November 2011. The existence of an excessive deficit due to the breach of the debt criterion will be decided in accordance with the procedure set out in Article 126 of the Treaty on the Functioning of the European Union.

ARTICLE 5

1. A Contracting Party that is subject to an excessive deficit procedure under the Treaties on which the European Union is founded shall put in place a budgetary and economic partnership programme including a detailed description of the structural reforms which must be put in place and implemented to ensure an effective and durable correction of its excessive deficit. The content and format of such programmes shall be defined in European Union law. Their submission to the Council of the European Union and to the European Commission for endorsement and their monitoring will take place within the context of the existing surveillance procedures under the Stability and Growth Pact.

T/SCG/en 15

2. The implementation of the budgetary and economic partnership programme, and the yearly budgetary plans consistent with it, will be monitored by the Council of the European Union and by the European Commission .

ARTICLE 6

With a view to better coordinating the planning of their national debt issuance, the Contracting Parties shall report ex-ante on their public debt issuance plans to the Council of the European Union and to the European Commission .

ARTICLE 7

While fully respecting the procedural requirements of the Treaties on which the European Union is founded, the Contracting Parties whose currency is the euro commit to supporting the proposals or recommendations submitted by the European Commission where it considers that a Member State of the European Union whose currency is the euro is in breach of the deficit criterion in the framework of an excessive deficit procedure. This obligation shall not apply where it is established among the Contracting Parties whose currency is the euro that a qualified majority of them, calculated by analogy with the relevant provisions of the Treaties on which the European Union is founded, without taking into account the position of the Contracting Party concerned, is opposed to the decision proposed or recommended.

T/SCG/en 16

ARTICLE 8

1. The European Commission is invited to present in due time to the Contracting Parties a report on the provisions adopted by each of them in compliance with Article 3(2). If the European Commission, after having given the Contracting Party concerned the opportunity to submit its observations, concludes in its report that such Contracting Party has failed to comply with Article 3(2), the matter will be brought to the Court of Justice of the European Union by one or more Contracting Parties. Where a Contracting Party considers, independently of the Commission’s report, that another Contracting Party has failed to comply with Article 3(2), it may also bring the matter to the Court of Justice. In both cases, the judgment of the Court of Justice shall be binding on the parties to the proceedings, which shall take the necessary measures to comply with the judgment within a period to be decided by the Court of Justice.

2. Where, on the basis of its own assessment or that of the European Commission, a Contracting Party considers that another Contracting Party has not taken the necessary measures to comply with the judgment of the Court of Justice referred to in paragraph 1, it may bring the case before the Court of Justice and request the imposition of financial sanctions following criteria established by the European Commission in the framework of Article 260 of the Treaty on the Functioning of the European Union. If the Court of Justice finds that the Contracting Party concerned has not complied with its judgment, it may impose on it a lump sum or a penalty payment appropriate in the circumstances and that shall not exceed 0,1 % of its gross domestic product. The amounts imposed on a Contracting Party whose currency is the euro shall be payable to the European Stability Mechanism. In other cases, payments shall be made to the general budget of the European Union.

T/SCG/en 17

3. This Article constitutes a special agreement between the Contracting Parties within the meaning of Article 273 of the Treaty on the Functioning of the European Union.

TITLE IV

ECONOMIC POLICY COORDINATION AND CONVERGENCE

ARTICLE 9

Building upon economic policy coordination, as defined in the Treaty on the Functioning of the European Union, the Contracting Parties undertake to work jointly towards an economic policy that fosters the proper functioning of the economic and monetary union and economic growth through enhanced convergence and competitiveness. To that end, the Contracting Parties shall take the necessary actions and measures in all the areas which are essential to the proper functioning of the euro area in pursuit of the objectives of fostering competitiveness, promoting employment, contributing further to the sustainability of public finances and reinforcing financial stability.

T/SCG/en 18

ARTICLE 10

In accordance with the requirements of the Treaties on which the European Union is founded, the Contracting Parties stand ready to make active use, whenever appropriate and necessary, of measures specific to those Member States whose currency is the euro, as provided for in Article 136 of the Treaty on the Functioning of the European Union, and of enhanced cooperation, as provided for in Article 20 of the Treaty on European Union and in Articles 326 to 334 of the Treaty on the Functioning of the European Union on matters that are essential for the proper functioning of the euro area, without undermining the internal market.

ARTICLE 11

With a view to benchmarking best practices and working towards a more closely coordinated economic policy, the Contracting Parties ensure that all major economic policy reforms that they plan to undertake will be discussed ex-ante and, where appropriate, coordinated among themselves. Such coordination shall involve the institutions of the European Union as required by European Union law.

T/SCG/en 19

TITLE V

GOVERNANCE OF THE EURO AREA

ARTICLE 12

1. The Heads of State or Government of the Contracting Parties whose currency is the euro shall meet informally in Euro Summit meetings, together with the President of the European Commission. The President of the European Central Bank shall be invited to take part in such meetings.

The President of the Euro Summit shall be appointed by the Heads of State or Government of the Contracting Parties whose currency is the euro by simple majority at the same time as the European Council elects its President and for the same term of office.
2. Euro Summit meetings shall take place when necessary, and at least twice a year, to discuss questions relating to the specific responsibilities which the Contracting Parties whose currency is the euro share with regard to the single currency, other issues concerning the governance of the euro area and the rules that apply to it, and strategic orientations for the conduct of economic policies to increase convergence in the euro area.

T/SCG/en 20

3. The Heads of State or Government of the Contracting Parties other than those whose currency is the euro, which have ratified this Treaty, shall participate in discussions of Euro Summit meetings concerning competitiveness for the Contracting Parties, the modification of the global architecture of the euro area and the fundamental rules that will apply to it in the future, as well as, when appropriate and at least once a year, in discussions on specific issues of implementation of this Treaty on Stability, Coordination and Governance in the Economic and Monetary Union.

4. The President of the Euro Summit shall ensure the preparation and continuity of Euro Summit meetings, in close cooperation with the President of the European Commission. The body charged with the preparation of and follow up to the Euro Summit meetings shall be the Euro Group and its President may be invited to attend such meetings for that purpose.

5. The President of the European Parliament may be invited to be heard. The President of the Euro Summit shall present a report to the European Parliament after each Euro Summit meeting.

6. The President of the Euro Summit shall keep the Contracting Parties other than those whose currency is the euro and the other Member States of the European Union closely informed of the preparation and outcome of the Euro Summit meetings.

T/SCG/en 21

ARTICLE 13

As provided for in Title II of Protocol (No 1) on the role of national Parliaments in the European Union annexed to the European Union Treaties, the European Parliament and the national Parliaments of the Contracting Parties will together determine the organisation and promotion of a conference of representatives of the relevant committees of the European Parliament and representatives of the relevant committees of national Parliaments in order to discuss budgetary policies and other issues covered by this Treaty.

TITLE VI

GENERAL AND FINAL PROVISIONS

ARTICLE 14

1. This Treaty shall be ratified by the Contracting Parties in accordance with their respective constitutional requirements. The instruments of ratification shall be deposited with the General Secretariat of the Council of the European Union (“the Depositary”).
T/SCG/en 22

2. This Treaty shall enter into force on 1 January 2013, provided that twelve Contracting Parties whose currency is the euro have deposited their instrument of ratification, or on the first day of the month following the deposit of the twelfth instrument of ratification by a Contracting Party whose currency is the euro, whichever is the earlier.

3. This Treaty shall apply as from the date of entry into force amongst the Contracting Parties whose currency is the euro which have ratified it. It shall apply to the other Contracting Parties whose currency is the euro as from the first day of the month following the deposit of their respective instrument of ratification.

4. By derogation from paragraphs 3 and 5, Title V shall apply to all Contracting Parties concerned as from the date of entry into force of this Treaty.

5. This Treaty shall apply to the Contracting Parties with a derogation, as defined in Article 139(1) of the Treaty on the Functioning of the European Union, or with an exemption, as referred to in Protocol (No 16) on certain provisions related to Denmark annexed to the European Union Treaties, which have ratified this Treaty, as from the date when the decision abrogating that derogation or exemption takes effect, unless the Contracting Party concerned declares its intention to be bound at an earlier date by all or part of the provisions in Titles III and IV of this Treaty.

T/SCG/en 23

ARTICLE 15

This Treaty shall be open to accession by Member States of the European Union other than the Contracting Parties. Accession shall be effective upon depositing the instrument of accession with the Depositary, which shall notify the other Contracting Parties thereof. Following authentication by the Contracting Parties, the text of this Treaty in the official language of the acceding Member State that is also an official language and a working language of the institutions of the Union, shall be deposited in the archives of the Depositary as an authentic text of this Treaty.

T/SCG/en 24

ARTICLE 16

Within five years, at most, of the date of entry into force of this Treaty, on the basis of an assessment of the experience with its implementation, the necessary steps shall be taken, in accordance with the Treaty on the European Union and the Treaty on the Functioning of the European Union, with the aim of incorporating the substance of this Treaty into the legal framework of the European Union.

Done at Brussels this second day of March in the year two thousand and twelve.

This Treaty, drawn up in a single original in the Bulgarian, Danish, Dutch, English, Estonian, Finnish, French, German, Greek, Hungarian, Irish, Italian, Latvian, Lithuanian, Maltese, Polish, Portuguese, Romanian, Slovak, Slovenian, Spanish and Swedish languages, each text being equally authentic, shall be deposited in the archives of the Depositary, which shall transmit a certified copy to each of the Contracting Parties.

protius:

#Anon #Newz Anonymous NEW #OpRobinHood

protius:
Thank you Ireland for having saved our nation states today!

protius:
LISBON TREATY 2

LISBON TREATY 2

Lisbon Treaty Debate

Lisbon Treaty Debate (Part 1)

Lisbon Treaty Debate (Part 2)

Lisbon Treaty Debate (Part 3)

Lisbon Treaty Debate (Part 4)

Lisbon Treaty Debate (Part 5)
 
Lisbon Treaty Debate (Part 6)

Lisbon Treaty Debate (Part 7)

Lisbon Treaty Debate (Part 8)
 
Lisbon Treaty Debate (Part 9)

Lisbon Treaty Debate (Part 10 - Final part)

Navigatie

[0] Berichtenindex

[#] Volgende pagina

Naar de volledige versie