Deportaties naar Afghanistan (vanuit gezinslocaties)


(Van het weblog van Dhjana)

1. De afgelopen week

Afgelopen week kwam vanuit verschillende hoeken het bericht binnen dat er op dit moment in hoog tempo uitgeprocedeerde Afghaanse gezinnen met kleine kinderen in detentie worden gezet en naar Afghanistan worden gedeporteerd.
afghanistan-not-safe
Hieronder een overzicht van de informatie die we tot nu toe hebben kunnen achterhalen.

Familie Waseh Hejazi: twee kinderen, Zoha (3) en Sajat (9). Werden op 13 maart gearresteerd in gezinslocatie Burgum en daarna overgebracht naar detentiecentrum Rotterdam. Er is nu nog contact met de familie, maar de situatie is verschrikkelijk. De advocaat werd te laat op de hoogte gebracht om nog iets te kunnen doen, de voorlopige voorziening werd afgewezen. Het is onduidelijk of de zogenaamde ‘Kabul-check’ wel heeft plaatsgevonden. Van Zoha was al een jaar bekend dat ze een groeistoornis had, de arts in VBL Burgum heeft dit nooit op willen pakken. Het gezin werd met een KLM-toeristenvlucht via Dubai gedeporteerd. De vader heeft verslag gedaan van de deportatie, zie het artikel Zoha en Sajat.

Familie Massum Nouri: vier kinderen, één van 13, de drie anderen jonger dan 10 jaar. Werden ongeveer twee weken geleden ‘s ochtends van hun bed gelicht in gezinslocatie Den Helder en overgebracht naar detentiecentrum Rotterdam. Afgelopen vrijdag, 22 maart, belden ze naar vrienden in VBL Den Helder om te zeggen dat ze hun tickets naar Afghanistan hadden gekregen. Er is verschillende keren daarna geprobeerd om contact met ze op te nemen, maar er is niets meer van ze vernomen.

Familie Mohammad Azimi: vier kinderen, allen jonger dan 10 jaar, de jongste is twee. Na hun arrestatie zijn ze in eerste instantie overgebracht naar Alkmaar, daar is voor de laatste keer contact met de familie zelf geweest. Via de familie Nouri bleek dat ook het gezin Azimi was overgebracht naar detentiecentrum Rotterdam en dat er vrijdag tegen hun gezegd was ‘dat zij binnenkort aan de beurt waren’. Het lukt niet om contact te leggen met het gezin.

Familie Dawood Jafari: twee kinderen, waarvan de jongste een baby van drie maanden oud. Zaterdag namen ze nog deel aan de demonstratie in Amsterdam in de hoop dat er iets bekend zou worden gemaakt over de uitzettingen van Afghaanse gezinnen op dit moment, vandaag werden ze zelf gearresteerd op gezinslocatie Emmen-Zuid. Hoewel het vermoeden bestaat dat ze ook zijn overgebracht naar detentiecentrum Rotterdam, is daar nog geen bevestiging van. De advocaat is nog niet officieel op de hoogte gesteld van hun inbewaringstelling. Het is nog niet gelukt om contact te leggen met het gezin Jafari.
childrensdeportations
2. Achtergrond

Hoe gaat ‘gedwongen terugkeer’ – of beter gezegd, deportatie – naar Afghanistan nu in zijn werk? Hieronder vind je een overzicht van hoe de Nederlandse staat hierbij te werk gaat. Ook lees je het standpunt van de UNHCR wat betreft uitzettingen naar Afghanistan.

De Kabul-check

Uitgeprocedeerde Afghaanse asielzoekers worden door de Dienst Terugkeer en Vertrek aan de Afghaanse ambassade gepresenteerd. De ambassade stelt hun Afghaanse identiteit vast en vraagt of ze willen terugkeren naar Afghanistan. Als de asielzoeker dan aangeeft dat niet te willen, dan verstrekt de ambassade géén geldige documenten voor de terugreis.

Om vluchtelingen toch te kunnen uitzetten, werd in 2003 in een Memorandum of Understanding tussen het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Afghaanse Ministerie van Vluchtelingenzaken afgesproken dat er een zogeheten ‘Kabul-check’ zou worden gebruikt. Bij deze Kabul-check dient de dienst Bijzonder Vertrek en Boekingen via de Nederlandse ambassade in Kabul een aanvraag in bij het Ministerie van Vluchtelingenzaken aldaar, waarbij gevraagd wordt of er bezwaar is tegen de uitzetting. Als er dan binnen vier weken geen reactie komt uit Kabul, wordt er vanuit gegaan dat de uitzetting geaccepteerd wordt.

(Jurisprudentie o.a. Awb 11/38797 en Awb 11/38798: De rechtbank laat daarbij wegen dat eisers op 11 november 2011 aan de Afghaanse autoriteiten zijn gepresenteerd, waarbij hun nationaliteit is vastgesteld en dat op 18 november 2011 aan het Afghaanse Ministerie voor Vluchtelingenzaken is gevraagd of bezwaar bestaat tegen terugkeer van eisers (de zogenaamde Kabul-check). Dit brengt met zich dat, indien na verloop van vier weken hierop niet is gereageerd, er sprake is van een fictief akkoord, waarna eisers naar Afghanistan uitgezet kunnen worden met een EU-staat.)

In de praktijk is dit allesbehalve een ordentelijke overeenkomst. De meeste aanvragen worden niet gelezen, laat staan dat er op gereageerd wordt. In rechtszaken wordt dan ook vaak alleen een ‘bewijs van verzending’ van de Kabul-check overlegd, maar geen bewijs van ontvangst, waardoor ook juridisch onduidelijk blijft of de aanvragen wel correct worden afgehandeld.

De EU-staat waarnaar gerefereerd wordt is geen rechtsgeldig reisdocument. Het gebeurt dan ook vaak genoeg dat vluchtelingen met een dergelijk ‘Europees laissez-passer’ aan de grens van het land van herkomst worden geweigerd.

Bij de deportaties van de families Hejazi en Nouri is het, gezien het korte tijdsbestek waarin dit allemaal is gebeurd, maar de vraag of de Kabul-checks überhaupt wel zijn uitgevoerd.

Openbaarheid van Bestuur?

Eerder ingediende WOB-verzoeken over bijzonderheden van de zogenaamde Kabul-check leveren niet veel op: met allerlei argumenten worden de verzoeken over vrijwel de hele linie afgewezen.

Standpunt van de ambassade

Een aantal jaren terug verzette de Afghaanse ambassade zich tegen de uitzettingen. In de oorspronkelijke MoU was geen sprake geweest van het gebruik van het Europees Laissez-Passer. De ambassade heeft verschillende brieven uit laten gaan om daartegen te protesteren en werden zelfs korte tijd door de Nederlandse overheid onder druk gezet om te stoppen met deze brieven, maar tegenwoordig wordt er vanuit de ambassade nog maar weinig weerwoord gehoord.

UNHCR over Afghanistan

Het UNHCR spreekt zich duidelijker uit. De UNHCR-rapporten worden overgenomen in de Algemene Ambtsberichten, documenten die notabene door de overheid richtinggevend zouden moeten zijn in het bepalen van asielbeleid ten opzichte van een bepaald land.

Uit het meest recente Algemeen Ambtsbericht over Afghanistan, verschenen in juli 2012, blijkt overduidelijk dat de situatie door heel Afghanistan onstabiel en bijzonder onveilig is, met name voor Afghanen van bepaalde minderheidsgroeperingen, vrouwen én…. terugkerende vluchtelingen. Het UNHCR concludeert dan ook zonder omwegen dat er geen uitzettingen naar Afghanistan zouden moeten plaatsvinden.

Maar dan…

Staatssecretaris Teeven legt dit rapport en de conclusie van het UNHCR volkomen naast zich neer. Op dit moment worden er zelfs aanzienlijk meer Afghaanse gezinnen gedeporteerd dan in de jaren hiervoor.

Voor de tweede keer in korte tijd (Somalië, Ambtsbericht december 2012) blijkt dat Fred Teeven geen boodschap heeft aan de constatering van schending van de mensenrechten. Hij zet gewoon uit. Punt.

En wist u dat…?

Markant detail dat wél uit het WOB-verzoek naar voren kwam: het taalgebruik van onze overheid als het om vluchtelingen gaat. De Directie Operationele Ondersteuning heeft het over de presentatie van maximaal 15 ‘eenheden‘ aan de ambassade per veertien dagen. ‘Business Objects‘ gaat bij dezelfde afdeling over getallen en quota en wordt er zelfs gesproken van ‘verwijderbare vreemdelingen‘.

Het doet me sterk ergens aan denken, dit taalgebruik. U ook?

Did you like this? Share it: